Selecteer een pagina

Grip op verzuim bij burnout: vragen die je wél aan de bedrijfsarts kan stellen

7 november, 2019

Verzuim door stress duurt lang, héél lang. In veel gevallen vallen mensen ruim een jaar uit. In die periode is het voor jou als HR professional lastig om zicht te houden op wat er gebeurt en of het herstel de goede kant opgaat.

Waarom duurt het zo lang? Hoe komt het dat het nog steeds niet beter gaat? Een bedrijfsarts of arbo-arts kan vaak alleen in algemeenheden antwoorden omdat hij/zij gebonden is aan het beroepsgeheim.

Toch is het mogelijk om zicht te krijgen op de voortgang van dit herstelproces. Je kunt een aantal vragen aan bedrijfsartsen stellen zonder de privacy van de werknemer te schenden. In dit artikel bespreek ik de vragen die je aan de bedrijfsarts kan stellen. Om deze te kunnen plaatsen moet je wel weten vanuit welk kader de bedrijfsarts werkt. Heb je dat artikel gemist, ga dan eerst naar Vergroot je impact bij psychisch verzuim: weet wat je van de bedrijfsarts mag verwachten

Kader in het kort

Bedrijfsartsen werken bij overspanning en burnout met het fasen-taken model. Dit model werkt met drie fasen: crisisfase, oplossingsfase en de toepassingsfase. De uitgevallen werknemer krijgt in elke fase hersteltaken om mee aan de slag te gaan.

Volgens dit model zou de werknemer na 15 weken weer aan het werk zijn. Dat staat haaks op de praktijk. Veel verzuimgevallen duren véél langer en als HR professional heb je geen idee of de juiste dingen gedaan worden in het herstelproces . Mijn ervaring is dat dat ook niet altijd het geval is. Gericht vragen stellen aan bedrijfsartsen kan geen kwaad.

5 (15) vragen om aan de bedrijfsarts te stellen als je geen voortang meer ziet of gewoon als je wil weten hoe het gaat.

1. In welke fase zit de medewerker nu?
De bedrijfsarts kan vertellen of de medewerker in de crisisfase, de fase van probleem- en oplossingsfase of de toepassingsfase zit. Als de fase volgens het fasen-takenmodel al gepasseerd had moeten zijn, is er sprake van stagnatie. Je mag dan van de bedrijfsarts verwachten dat hij kijk of er aanleiding is de diagnose te herzien en daarmee ook de ingezette begeleiding.
Vervolgvragen kunnen zijn: heeft u de diagnose herzien? Kwam daar nog hetzelfde uit?
Geeft dit aanleiding om de ingezette weg te herzien?

2. Hoe vordert de medewerker met zijn hersteltaken?
Noem hierbij de hersteltaken die bij die fase horen. Een bedrijfsarts kan inhoudelijk niet ingaan op hoe het precies gaat met deze hersteltaken, maar vaak kan de bedrijfsarts wel iets zeggen over het proces. Het is goed om hierbij in je achterhoofd te houden: kan de medewerker dit alleen of heeft hij/zij hier hulp bij nodig? Als leidinggevende of HR professional ken je je medewerker en heb je ook een beeld of de medewerker dit alleen zou kunnen. Bespreek jouw beeld met de bedrijfsarts. De bedrijfsarts zal hier niet inhoudelijk op reageren, maar neemt het zeker mee in z’n/haar achterhoofd.

Als de bedrijfsarts zelf de begeleiding biedt (en dat is niet persé slecht), vraag dan naar de frequentie van de consulten. Als de consulten eens in de 4 tot 6 weken zijn, dan is dat te weinig om de begeleiding goed vorm te geven. Dit geldt ook voor begeleiding door andere partijen. Vraag dan welke oplossing de bedrijfsarts hiervoor ziet.

3. Is gerichte behandeling ingezet?
Een deel van de mensen die overspannen zijn herstellen spontaan. Dat is waarom in de crisisfase vaak nog niet wordt overgegaan tot het inzetten van een interventie. Bij stagnatie moet wel overgegaan worden tot een interventie. Stel daarom bij stagnatie de vraag of er een gerichte behandeling is ingezet? Of welke gerichte behandeling de bedrijfsarts wil inzetten gezien de stagnatie?

Stagnatie kan verschillende oorzaken hebben. Wat de oorzaak ook is, het is belangrijk dat de interventie een oplossing is voor de stagnatie. Dat lijkt logisch, maar is niet altijd vanzelfsprekend. Meer weten over stagnatie? Lees ook: Stagnerende re-integratie bij burnout wijst op onvoldoende fysiek herstel

4. Als er een behandeling is ingezet: Is de behandeling adequaat?
Het mooist is het als van te voren aangegeven kan worden wat er van een behandeling verwacht wordt. Welke verbeteringen mogen verwacht worden en binnen welke termijn? Op dergelijke vragen krijg je bijna nooit antwoord. Toch is het goed om deze vragen te stellen. Door het erover te hebben met de bedrijfsarts hou je wel het bewustzijn dat er voortgang te zien moet zijn en kan je de bedrijfsarts na verloop van tijd vragen of hier sprake van is. Welke tussentijdse resultaten zijn er te benoemen? Vraag ook of de bedrijfsarts dat navraagt bij de behandelaar en niet alleen afgaat op het verhaal van de werknemer.

5. Kunt u collegiale dossiertoetsing inzetten?
Bij collegiale dossiertoetsing kijkt een andere bedrijfsarts naar het dossier en kijkt mee of de juiste afwegingen zijn gemaakt en tijdig adequate stappen zijn gezet. Als het verzuim stagneert kan het heel zinvol zijn als een andere bedrijfsarts naar het dossier kijkt. Collegiale dossiertoetsing is geen motie van wantrouwen. Het levert een frisse blik op en kan nieuwe inzichten opleveren. Let op: Jij als opdrachtgever zal daar geen terugkoppeling van krijgen.

Het kan wel zijn dat de bedrijfsarts zich overvallen voelt door al deze vragen. Prik de bedrijfsarts niet vast op de precieze duur van de fasen. Ze geven een indicatie van hoe het herstel ook zou kunnen verlopen. Gebruikt de indicatie van de fasen vooral om het proces en de voortgang hierin te kunnen bespreken.

Download hier een handig schema dat je bij de hand kan houden in je gesprekken met de bedrijfsarts.

Meer weten over onze aanpak? Ontdek de Cortisol Manager of boek een vrijblijvende Sparsessie.

Hartelijk dank!